Hulpactiviteiten

Naast de zorg voor het gezin blijft Jeanne zich bekommeren om de medemens, die hulp nodig heeft.

in 1953 brak in een kampong brand uit. De uiterst brandbare huisjes gingen snel in vlammen op. Ik heb met eigen handen oude mensen uit hun brandende huis gehaald. Ze woonden illegaal op die plek, dat gaf dus grote problemen en hulp was dringend noodzakelijk.

In 1960 brak in de kampong direct achter de Raden Saleh ook hevige brand uit. In hun paniek gooiden de bewoners hun hele hebben en houden in de afwateringskanalen die door de kampong liepen. Ze verloren alles, velen ook hun identiteitspapieren. Drie maanden lang heb ik voor deze mensen een gaarkeuken gehouden. Eveneens hielp ik ze bij het vervangen van hun identiteitspapieren.”

De mensen in de kampong weten al gauw bij wie ze aan moeten kloppen.” Toen enkele jaren na de brand in het woongebied afwateringskanalen aangelegd werden, ontfermde Jeanne zich over de arbeiders: ”Dat waren werkelijke arme mensen. Ze kwamen van ver en werkten onmenselijk hard. Zonder mechanische hulpmiddelen versleepten ze de zware betonwanden en verwonden zich daarbij regelmatig. Er was zelfs niet voor een eenvoudig onderdak gezorgd. Bij ons thuis konden ze zich wassen en ik verzorgde, waar mogelijk, hun verwondingen, deelde medicijnen uit en kookte voor ze. Mijn buurtbewoners heb ik voorgesteld ons voor wat betreft het koken te helpen, door regelmatig af te wisselen. Zij hadden toch ook voordeel van de kanalisatie. Ze trokken hun neus op en weigerden. “Waarom zou je je om koelies bekommeren.”  Zolang de arbeiders er geweest zijn heb ik het alleen gedaan.

Intussen had Jeanne een naaischool opgezet. Veertien- en vijftienjarige meisjes uit de krottenwijken leerden knippen en naaien van haar. Na de opleiding kregen ze van Jeanne een eigen naaimachine, zodat ze zelfstandig als coupeuses aan het werk konden en een inkomen hadden. Ongeveer 20 meisjes heeft Jeanne zelf opgeleid. Daarna nam een oud leerling de opleiding over.

De naailessen gaf ik bij mij thuis. Ons huis was altijd vol met pleegkinderen, die samen met onze eigen kinderen opgroeiden. De kinderen kwamen overal vandaan. Wij namen ze bij ons, zodat ze in onze wijk naar school konden gaan. In het totaal waren er rond de 30. Nu hebben ze allemaal het huis verlaten en zijn ze zelfstandig. Mijn man en de andere kinderen ondersteunen mij ten volle met dit werk.

De laatste jaren zijn er veel jonge gasten in het gezin Tumewu geweest, ook kinderen uit het tehuis, die daar niet konden wennen en gezondheidsproblemen vertoonden, werden door het gezin liefdevol opgenomen. In de huiselijke kring en door persoonlijke toewijding van de huisgenoten bloeiden de kinderen snel op. Umar, bijvoorbeeld, een kleine jongen, waarvan vermoed werd dat hij een hersenbeschadiging had, bleef twee en een half jaar in het gezin. Maynard draagt zijn foto nog altijd bij zich.

Na de adoptiestop in 1983 nam Jeanne 15 kinderen (baby’s) in huis. Om deze kinderen te kunnen herbergen ontruimden de Tumewu’s hun eigen slaapkamer. Het huurhuis, waar het gezin Tumewu woont, telt 4 kamers, een keuken, eenbadkamer met toilet en een binnenplaats. In een kamer is aircondition. Het hele huis mist het comfort wat wij zo gewend zijn. Jeanne: “Voor ons was het behelpen, maar het deed de baby’s goed.