Start van de (financiële) adoptie

Hoe is Jeanne aan haar huidige bezigheden gekomen?

Ze antwoordt:

"Zoals meestal, met een omweg en door toeval. Van 1970 tot 1975 werkte ik als reisleidster bij de Nederlandse stichting S.O.C. (Stichting Overzeese Contacten). Deze stichting had tot doel de contacten tussen Nederland en Indonesië te verbeteren en organiseerde o.a. reizen voor Indonesiërs die in Nederland woonden en heimwee hadden. Enkele jaren geleden hielp ik de mensen nog de benodigde papieren in orde te maken, zodat ze naar Nederland konden emigreren, nu kwamen de mensen uit Nederland naar Indonesië. Ik werkte als gids in Jakarta en soms moest ik groepen uit Singapore afhalen. In deze tijd bemiddelde ik mijn eerste adoptie. De sultan van Pontianak, die ik kende, vroeg mij behulpzaam te zijn. Zijn dochter, die in Nederland woonde, wilde graag een Indonesisch kind adopteren. Omdat adoptie toen in Indonesië nog een vrij onbekend verschijnsel was, informeerde ik in ziekenhuizen, of er een kind afgestaan was. Het resultaat was dat ik niet één, maar tien baby’s in huis kreeg. Teruggeven was natuurlijk onmogelijk, daarom verzorgde ik ze thuis. Na de eerste adoptie volgden er meer aanvragen uit Nederland. De contacten liepen daar via een sociaal werkster. Enige tijd daarna ben ik een eigen tehuis begonnen. Onze verschillende opvattingen (Jeanne – S.O.C.) met name wat betreft de opname van kinderen in mijn huis, hadden in 1978 een verbreking van de relatie tot gevolg. Adoptie in Indonesië kan niet vanuit Europa voorgeschreven en geregeld worden. Deze adopties zijn een Indonesische aangelegenheid en vragen veel gevoel voor en kennis van de verhoudingen in Indonesië."